Rood licht is veilig voor je ogen, en nabij-infrarood bij therapielampen ook. De hardnekkige waarschuwing dat infrarood licht schadelijk is voor ogen klopt wel degelijk, maar gaat over een heel ander soort bron dan een rood licht therapie ledpaneel.
Rood licht is geen UV
Schade aan het oog door licht is in de eerste plaats een kwestie van golflengte. Ultraviolet licht draagt genoeg energie per foton om moleculen in hoornvlies en lens kapot te maken. Dat is fotochemische schade en die stapelt zich op. Rood licht van 660 nm en nabij-infrarood van 850 nm zitten aan de andere kant van het spectrum, met veel minder energie per foton. Dat mechanisme speelt daar niet.

Waar de waarschuwing over infrarood vandaan komt
Uit de zware industrie. Glasblazers en staalwerkers die jarenlang, uren per dag, vlak voor gesmolten glas of staal stonden, kregen aantoonbaar vaker staar. Lydahl beschreef dat in 1984 in twee epidemiologische studies. Daar gaat het om een thermisch effect van extreem krachtige infraroodbronnen bij een blootstelling van een heel werkzaam leven. Tien minuten voor een rood licht therapie paneel is een andere orde van grootte.
Wat wél telt: 850 nm zie je niet. Je knippert er niet van en je pupil vernauwt niet, dus de reflex die je normaal tegen fel licht beschermt blijft uit. Daarom geldt: niet van dichtbij in de leds kijken, en bij een behandeling van het gezicht je ogen sluiten of een beschermbril op en je aan de sessie tijden houden. Wanneer dat wel en niet nodig is, staat in moet je je ogen sluiten bij roodlichttherapie. Dat rood licht het oog onder andere omstandigheden juist kan helpen, lees je in rood licht therapie ogen.
Bronnen
- Lydahl E. Infrared radiation and cataract I: epidemiologic investigation of iron- and steel-workers en II: epidemiologic investigation of glass workers. Acta Ophthalmologica 1984. — De twee studies waar het beeld “infrarood veroorzaakt staar” op berust. Beroepsmatige blootstelling aan gesmolten metaal en glas, niet aan ledverlichting.
- IEC 62471 — de norm voor fotobiologische veiligheid van lampen. Deelt lichtbronnen in naar het risico voor oog en huid, met aparte grenswaarden voor blauwlichtschade, netvliesverwarming en infrarood.
